Rechterlijke uitspraak: Gevolgen voor Aziatische horeca

Op 14 mei 2025 deed de rechtbank Den Haag uitspraak in de rechtszaak die onder leiding van VCHO was aangespannen tegen het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De rechter besloot zich niet inhoudelijk over de zaak uit te spreken, omdat deze buiten de bevoegdheid van de civiele rechter zou vallen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat VCHO en de drie overige organisaties niet als direct belanghebbenden konden worden beschouwd en dus niet-ontvankelijk zijn. De zeven betrokken restaurants kunnen elk afzonderlijk een klacht indienen via het bestuursrecht.

Waarom koos VCHO voor een civiele procedure?

Hoewel VCHO vooraf al rekening hield met de mogelijkheid dat de rechtbank zich niet inhoudelijk over de zaak zou uitlaten, besloten wij om toch om de civiele procedure te starten – ondanks de hoge kosten van meer dan 40.000 euro. De belangrijkste reden hiervoor was dat VCHO de individuele Aziatische ondernemers wilde behoeden voor een ingewikkelde, langdurige en kostbare bestuursrechtelijke procedure. Als collectieve belangenbehartiger heeft VCHO uitsluitend de mogelijkheid om een collectieve civiele procedure te voeren. Deze weloverwogen keuze is dan ook bewust gemaakt, volledig in het belang van de hele sector.

Tijdens de zitting op 2 april jl. heeft de advocaat van VCHO toegelicht waarom de civiele route noodzakelijk werd geacht: het ging niet alleen om individuele afwijzingen, maar om bredere schade aan de bedrijfscontinuïteit en bedrijfswaarde van Aziatische restaurants als gevolg van gewijzigd overheidsbeleid. Dergelijke schade is niet via het bestuursrecht aan te kaarten. Hoewel dit betoog inhoudelijk werd onderbouwd, werd de redenering helaas niet door de rechtbank overgenomen.

Wat betekent deze uitspraak voor Aziatische horecaondernemers en koks?

Vanaf nu moet elk restaurant waarvan een GVVA aanvraag wordt afgewezen, zelf een juridische procedure starten bij de bestuursrechter tegen het UWV. Dit brengt niet alleen extra tijd en kosten met zich mee, maar brengt ook o.a. de volgende belangrijke risico’s met zich mee:

  • Het restaurant en/of de kok kunnen pas in beroep gaan nadat de aanvraag formeel is afgewezen.
  • Tijdens de beroepsprocedure mag de kok wel in Nederland blijven, maar niet legaal werken.
  • De procedure kan lang duren, waardoor de werkvergunning mogelijk al verlopen is voordat er een uitspraak is gedaan.

Wat betekent deze uitspraak nog meer voor de sector?

Hoewel de civiele procedure die VCHO samen met andere Aziatische brancheorganisaties aanspande formeel niet-ontvankelijk werd verklaard, heeft de zaak toch belangrijke resultaten opgeleverd voor de sector:

  • Juridische ondersteuning: Hoewel de rechtbank geen inhoudelijk oordeel velde, heeft zij tijdens de zitting op 2 april uitgebreid geluisterd naar de argumenten van de eisers. De verslagen van deze zitting vormen waardevol juridisch materiaal dat kan worden gebruikt in toekomstige individuele procedures door restaurants.
  • Verhoogde maatschappelijke aandacht: De rechtszaak kreeg brede media-aandacht, waardoor het bewustzijn in de samenleving en politiek over de problemen in de Aziatische horecasector flink is toegenomen. Het aantal Kamerleden dat ons voorstel steunt om de specifieke functie-eisen voor Aziatische koks te herintroduceren, is gestegen van 10 naar 30 – een duidelijke stap vooruit.
  • Opening voor beleidsdialoog: Hoewel de procedure formeel niet succesvol was, verwierp de rechtbank de inhoudelijke argumenten van VCHO niet. Dit schept ruimte voor formeel overleg met het ministerie. VCHO heeft inmiddels een uitnodiging aan de minister SZW gestuurd, voor een gesprek met als doel gezamenlijk tot een oplossing van het probleem te komen.

Plannen voor de korte en lange termijn

Op korte termijn zal VCHO de volgende stappen nemen:

  • In gesprek gaan met het UWV om de beoordelingscriteria en procedures rond de goedkeuring van koksaanvragen te verbeteren;
  • In samenwerking met juridische teams rechtsbijstand bieden aan restaurants en koks van wie de aanvraag is afgewezen;
  • Het ministerie van SZW benaderen om, binnen de wettelijke kaders, oplossingen te zoeken die zowel tegemoetkomen aan de behoeften van de sector als aan het overheidsbeleid rond misstanden en arbeidsmigratie.

Op de lange termijn richt VCHO zich op:

  • Het voortzetten van het lobbytraject met als doel het verkrijgen van een parlementaire meerderheid voor een stabiel en duurzaam toelatingssysteem voor Aziatische koks;
  • Het verbeteren van de publieke beeldvorming van de Aziatische horeca;
  • Het stimuleren van opleidingen voor ondernemers om het managementniveau te verbeteren en de standaardisering binnen de sector te verhogen;
  • Het aanmoedigen van bedrijven om moderne technologieën in te zetten, waardoor de afhankelijkheid van koks vermindert en de operationele efficiëntie en winstgevendheid toenemen.

Uw steun blijft nodig!

Als vertegenwoordiger van de Aziatische horecasector in Nederland onderhoudt VCHO nauw contact met de overheid en diverse maatschappelijke partners om de belangen van de sector te beschermen en te versterken. Een vergelijkbare situatie deed zich voor in 2013, toen veel TWV-koks door een beleidswijziging het land moesten verlaten. Door de inspanningen van VCHO met andere brancheorganisaties is in 2014 het zogenoemde ‘wokakkoord’ tot stand gekomen. Dankzij dit akkoord konden veel Aziatische restaurants in de afgelopen tien jaar doorgroeien en hun personeelstekorten opvangen.

We bevinden ons opnieuw in een moeilijke periode. De ontwikkelingen rond het toelatingsbeleid voor Aziatische koks raken ons allemaal. VCHO blijft zich onvermoeibaar inzetten voor de belangen van onze sector. Uw betrokkenheid en steun zijn daarbij onmisbaar. Samen kunnen we zorgen voor een sterke en duurzame toekomst van de Aziatische horeca in Nederland. Volg onze updates, deel uw ervaringen en neem contact met ons op als u vragen of suggesties heeft. Alleen samen maken we het verschil!